Storytelling met data

Storytelling met data

Leestijd: 8 minuten

Onlangs ontvingen we via Van Duuren Media het boek Storytelling met Data, de Nederlandse versie van Cole Nussbaumer Knaflic’s bekende boek Storytelling with Data. Net als het origineel, gaat dit boek in op de pijlers van het vertellen van een verhaal met data. Het vertellen van zo’n verhaal is namelijk iets wat we nooit hebben geleerd op school. Al vroeg in ons leven leren we taal (verhalen schrijven) en rekenen, maar deze twee worden niet samen gebracht.

Waar je vroeger nog weg kwam met handig zijn in Word en Excel is dit tegenwoordig een standaard eis. Om die extra stap te zetten en een voorsprong te nemen in je loopbaan is het vertellen van een verhaal met data belangrijk. We hebben namelijk meer en meer te maken met grote hoeveelheden data en het ziet er niet naar uit dat dit gaat veranderen.

Het boek neemt je mee langs de zes lessen die je moet kennen om een goed verhaal te kunnen vertellen. Het doel is dat je aan het einde van het boek in staat bent om deze vaardigheid in te zetten in de praktijk. Op die manier maak je een versneld leerproces door en hoef je niet zelf alles te leren met vallen en opstaan.

Context

De eerste en misschien wel meest belangrijke stap is het bepalen van de context. Deze context bepaalt namelijk het verhaal dat je gaat vertellen, welke visualisaties je gaat gebruiken en hoe je het geheel gaat opmaken. Om de context te bepalen moet je de vragen Wie, Wat en Hoe beantwoorden. Deze laatste vraag is het gemakkelijkste want na het bepalen van de context gaat de rest van het boek hierover.

Voor het beantwoorden van de Wie-vraag is het belangrijk om na te denken over het publiek en jezelf. Ieder publiek/doelgroep heeft namelijk andere behoeften en jouw verhaal moet hierop aansluiten. Wanneer je in één presentatie te maken hebt met meerdere doelgroepen, richt je dan op de doelgroep die beslissingsbevoegd is. Daarnaast moet je ook jouw relatie tot het publiek bepalen. Wanneer het publiek jou beschouwt als een expert kun je je verhaal anders insteken dan wanneer je jezelf nog moet bewijzen bij een eerste kennismaking.

Er zit een verhaal in uw gegevens, maar het gereedschap dat u gebruikt, kent dat verhaal niet. Om deze reden is het aan u als analist of presentator van de informatie, om dit verhaal visuaal en contextueel tot leven te brengen.

De derde vraag gaat om het Wat. Bij het beantwoorden van deze vraag moet je nadenken over de volgende drie zaken:

  • Wat wil ik bereiken bij het publiek? (wil je bijvoorbeeld informeren of aanzetten tot actie)
  • Hoe ga ik communiceren? (is het een live-presentatie waarin je weinig details toont en veel invloed hebt op het verhaal of communiceer je via e-mail waarmee je veel details geeft en weinig invloed hebt)
  • Welke toon ga ik aanslaan? (ga je voor een luchtig verhaal, wil je een succes vieren of bijvoorbeeld aanzetten tot actie)

Om de context scherp te krijgen kun je gebruik maken van een 3 minuten verhaal en een groots idee (1 zin). Hiermee word je verplicht om na te denken over je verhaal, alle overbodige zaken eruit te halen en de kern helder te krijgen.

Effectief beeldmateriaal

Na het bepalen van de context kan aandacht besteed worden aan de Hoe-vraag. Dit begint met het bepalen van het te gebruiken grafiektype. Hoewel er zeer veel grafiektypes te vinden zijn is de basis terug te brengen naar 12 verschillende types. Dit zijn in vrijwel alle gevallen types waar mensen al bekend mee zijn. Hierdoor hoeven ze niet eerst uit te zoeken hoe ze de grafiek moeten lezen en kunnen ze zich direct richten op de inhoud:

12 grafiektypes uit Storytelling met data

Naast deze aanraders voor grafieken zijn er ook een aantal zaken die je niet moet doen:

  • Gebruik geen 3D-effecten
  • Vermijd cirkeldiagrammen
  • Het gebruik van een secundaire y-as is af te raden

Rommel is de vijand

Iedere rapportage of dashboard dat we bekijken vormt een belasting voor ons cognitieve brein. Zolang deze belasting binnen de perken blijft is er niets aan de hand, maar is deze belasting buitensporig dan haken mensen af. De menselijke hersenen hebben namelijk een eindige hoeveelheid mentale verwerkingskracht. Het is dus zaak om bij de ontwikkeling van een visualisatie de belasting te verminderen, oftewel rommel in een visualisatie te voorkomen. Onder rommel verstaan we hier de visuele elementen die ruimte innemen maar het begrip niet vergroten.

Elk afzonderlijk element dat u aan de pagina of het scherm toevoegt, is een cognitieve belasting voor het publiek en vergt dus hersencapaciteit om te verwerken.

Om rommel te identificeren zijn de gestaltprincipes te gebruiken:

Gestaltprincipes

Door deze gestaltprincipes toe te passen is het niet nodig om hier aanvullende visuele elementen voor in te zetten. Zie hieronder het voorbeeld van tabel ter illustratie van het gestaltprincipe Nabijheid:

Voorbeeld van toepassing gestaltprincipe in een tabel

Een aantal eenvoudige stappen om rommel te lijf te gaan zijn:

  • Lijn teksten en elementen uit
  • Gebruik witruimte, vul deze bewust niet op
  • Maak strategisch gebruik van contrast

Bepaal het aandachtsgebied van het publiek

Op dit moment van het proces is de context bepaald, de manier van visualiseren gekozen en alle rommel uit de visualisatie verwijderd. Nu is het tijd om de aandacht van het publiek te vestigen op dat deel van de data dat het belangrijkste is. Om dit te bereiken zijn verschillende methodes toe te passen. De meest krachtige methode hierbij is het gebruik van kleur.

Gebruik kleur niet om iets te versieren

Door de visualisatie in basis ‘sober’ (bijvoorbeeld met grijstinten) op te bouwen kun je vanaf hier kleur gaan gebruiken om de aandacht van het publiek in een bepaalde richting te trekken. Een voorbeeld hiervan zie je hieronder:

Voorbeeld aandacht trekken

Twee andere krachtige manieren om de aandacht te trekken zijn formaat en positie. Voor formaat geldt de algemene strekking dat hoe groter het is, hoe belangrijker het is. Dit is dan ook vaak de reden dat de titel groter wordt afgedrukt zodat we deze als eerste lezen. Als het om de positie gaat is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat we in een z-patroon lezen, zoals we al eerder schreven.

Een belangrijke kanttekening bij het benadrukken van informatie is dat het tot gevolg heeft dat andere aspecten soms moeilijker zichtbaar zijn.

Denk als een ontwerper

Bij het ontwerpen van een visualisatie valt er een hoop te leren van ontwerpers. Ontwerpers denken namelijk na over affordance. Affordance zijn de inherente aspecten van het ontwerp die duidelijk maken hoe het gebruikt moet worden. Het is namelijk belangrijk dat een voorwerp maar op één manier gebruikt kan worden, de juiste manier.

Deze affordance kan ook bereikt worden binnen een visualisatie door zaken te benadrukken. Dit werd al eerder benoemd bij het trekken van de aandacht. Daar spraken we voornamelijk over het gebruik van kleur maar hier kan ook gedacht worden aan lettertype, HOOFDLETTERS, onderstrepen, dik afdrukken of markeren. Stelregel hierbij is dat je maximaal 10% van je ontwerp “markeert”.

Bij het nastreven van een perfect ontwerp voor datavisualisatie is de beslissing over wat wordt weggelaten soms belangrijker dan die over wat wordt toegevoegd

Naast affordance is ook toegankelijkheid een belangrijk aandachtspunt bij ontwerpers. De bruikbaarheid van een visualisatie heeft onder andere te maken met de technische vaardigheden van je publiek. Dit is iets om rekening mee te houden, naast de behoeftes van het publiek. Vier regels om in het achterhoofd te houden als het gaat om toegankelijkheid zijn:

  • Maak het leesbaar > consistente opbouw en een leesbaar lettertype
  • Houd het netjes > denk na over de affordance en ruim de rommel op
  • Gebruik duidelijke taal > eenvoudig taalgebruik en actieve titels
  • Verwijder overbodige complexiteit > ga voor eenvoud

Een laatste aandachtspunt voor ontwerpers is de esthetiek. Een esthetisch ontwerp wordt sneller geaccepteerd en gebruikers hebben hiermee meer geduld, onder andere als het gaat om problemen in de visualisatie. Deze esthetiek bereik je door goed na te denken over het gebruik van kleuren, uitlijning en het juist gebruik van witruimte.

Lessen in storytelling

De zesde en laatste les gaat over het opbouwen van een verhaal. Net als dat we kunnen leren van ontwerpers kunnen we hier ook leren van andere vakgebieden. Twee vakgebieden waarbij het vertellen van verhalen heel belangrijk is zijn het toneel en film. Op hoofdlijnen geldt hierbij de een verhaal bestaat uit drie delen: begin (plot introduceren), midden (wat zou kunnen zijn) en eind (oproepen tot actie). Uiteraard kan de volgorde van het verhaal hierbij verschillen. Je kunt kiezen voor een chronologische volgorde of juist beginnen met het eind In dat geval neem je de gebruiker vanaf daar mee in een uitleg hoe je tot dit einde (conclusie, bevinding, leerpunt, etc.) bent gekomen,

Een aantal belangrijke punten die je mee kunt nemen zijn:

  • Kies een onderwerp waar je om geeft
  • Wees niet langdradig
  • Houd het eenvoudig
  • Heb het lef om te knippen
  • Klink als jezelf
  • Zeg wat je bedoelt te zeggen
  • Heb medelijden met de lezer (wees geduldig, wees bereid de vereenvoudigen en verhelderen)

Overig

Naast de zes lessen basisprincipes waar het boek Storytelling met Data op gebaseerd is, bevat het een aantal andere hoofdstukken. Een belangrijk deel hiervan (3 hoofdstukken) staat vol met leerzame en interessante voorbeelden van visualisaties die omgebouwd worden van de originele opbouw naar een effectief verhaal. Een snelle telling leert ons dat er meer dan 100 grafieken te vinden zijn in het boek. Alleen al het bladeren door deze hoofdstukken is een leerzame les.

Daarnaast wordt het laatste hoofdstuk gewijd aan methodes om jezelf verder te ontwikkelen in het visualiseren van data.

Conclusie

Al met al is ook de Nederlandse versie van Storytelling with Data een aanrader. Het boek staat vol praktische tips, nuttige voorbeelden en zet aan om direct met de geleerde lessen aan de slag te gaan. De editie die wij hebben gelezen was een eerste druk en bevatten als gevolg daarvan een aantal irritante vertaalfouten. Zo werd het woord “ticket” (in de context van een servicedesk) vertaald naar “werkbriefjes” en “small multiples” naar “kleine veelvouden”. Dit doet echter niets af aan de inhoud van het boek. Houd je je dan ook bezig met datavisualisatie, dat is dit boek een must read!


Dennis de Kock is BI consultant bij ProAnalytics. Dagelijks helpt hij organisaties bij het implementeren van Business Intelligence oplossingen. Daarnaast houdt hij zich bezig met zijn persoonlijke ontwikkeling en data visualisatie.

Eén reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *